Belastingplan 2012 deel 1
In deze Prinsjesdagspecial staan de belangrijkste voorstellen uit het Belastingplan 2012 voor u op rij. De special is verdeeld in de volgende onderwerpen:
- maatregelen voor de ondernemer;
- maatregelen voor de werkgever;
- maatregelen voor de directeur-grootaandeelhouder (dga);
- de auto;
- maatregelen voor stichtingen en verenigingen;
- overige maatregelen.
De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2012 in werking treden, tenzij anders vermeld.
MAATREGELEN VOOR DE ONDERNEMER
Vaste basisaftrek vervangt zelfstandigenaftrek
Het kabinet streeft naar één algemene ondernemersfaciliteit in de inkomstenbelasting. De eerste stap is de invoering van een vaste basisaftrek van € 7280 per 1 januari 2012. Dit bedrag loopt niet op bij een hogere winst en wordt niet jaarlijks verhoogd.
ZZP’er kan langer pensioen opbouwen
Vanaf 2012 kunnen ex-werknemers langer gebruikmaken van de mogelijkheid om fiscaal vriendelijk pensioen op te bouwen in de pensioenregeling van het bedrijf waar ze daarvoor in dienst waren. Nu zijn de pensioenpremies maar drie jaar aftrekbaar; dit wordt tien jaar. Deze termijn sluit aan bij de Pensioenwet. Daarin is geregeld dat een werknemer onder voorwaarden zijn pensioenregeling na zijn laatste dienstbetrekking vrijwillig kan voortzetten. Dit kan in beginsel drie jaar. De periode wordt echter verlengd naar tien jaar, als de voormalige werknemer tijdens deze periode winst uit onderneming geniet. Deze regeling is dus aantrekkelijk voor zzp’ers.
Let op!
Vanaf 2012 moeten ondernemers de EIA- en MIA/VAMIL-meldingen volledig digitaal doen. Daarmee wordt de hele aanvraag van deze regelingen ondergebracht in het e-loket van het Agentschap NL.
Minder doteren aan de oudedagsreserve
Een ondernemer kan vanaf 2012 jaarlijks minder doteren aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). Nu kan de ondernemer nog 12% van de winst aan de FOR toevoegen, met een maximum van € 11.882. Dit dotatieplafond gaat omlaag naar € 9382.
|
Tarief inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen 2012 |
|||
|
|
Bel.ink.meer dan (€) |
maar niet meer dan (€) |
Tarief 2012 (%) |
|
1e schijf |
- |
18.945 |
33,10 |
|
2e schijf |
18.945 |
33.863 |
41,95 |
|
3e schijf |
33.863 |
56.491 |
42 |
|
4e schijf |
56.491 |
- |
52 |
MAATREGELEN VOOR DE WERKGEVER
Salarisnorm voor 30%-regeling
De voor de 30%-regeling vereiste specifieke deskundigheid die in Nederland schaars of niet aanwezig is, zal worden gekoppeld aan een salarisnorm van € 50.619. Wie binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens in België of Duitsland woont, valt straks buiten de boot. Bovendien komt er een aanscherping van de kortingsregeling. Nu is het nog zo dat de looptijd van de 30%-regeling wordt ingekort met eerdere perioden van verblijf of arbeid in Nederland, tenzij deze perioden meer dan tien jaar geleden zijn geëindigd. Perioden van verblijf of tewerkstelling die meer dan vijftien jaar geleden zijn geëindigd, tellen helemaal niet mee. Het kabinet schroeft deze termijn op tot 25 jaar.
Tip!
Voor jonge buitenlandse promovendi worden de mogelijkheden om de 30%-regeling te gebruiken ruimer. Als zij in Nederland promoveerden en voor die tijd in het buitenland woonden, telt de periode van promoveren niet mee bij de toets of iemand ‘uit het buitenland is aangeworven’. Bovendien geldt voor promovendi een lagere salarisnorm van € 26.605 per jaar.
Nieuw: de vitaliteitsspaarregeling
Het kabinet wil in 2013 de levensloop- en spaarloonregeling vervangen door de vitaliteitsspaarregeling. Dit is een regeling in de inkomstenbelasting en dus toegankelijk voor werknemers, ZZP’ers en resultaatgenieters. Met een vitaliteitsspaarregeling kunnen deelnemers fiscaal voordelig sparen: de stortingen zijn fiscaal aftrekbaar in box 1 en pas op het moment van opname van het tegoed moet men belasting betalen. Daarnaast is het opgebouwde tegoed niet belast in box 3. Deelnemers kunnen maximaal € 20.000 (bruto) sparen, met een maximale inleg van € 5000 per jaar. Deelnemers kunnen jaarlijks maximaal € 20.000 opnemen en daarna opnieuw sparen tot het maximum weer is bereikt. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 14 september jl. in een brief aan de Tweede Kamer over het pensioenakkoord toegezegd dat de vitaliteitsspaarregeling bestedingsvrij wordt. De deelnemer kan deze dus bijvoorbeeld ook gebruiken om eerder te stoppen met werken. Maar vanaf het jaar waarin een deelnemer op 1 januari 62 jaar oud is, mag hij per jaar maximaal € 10.000 opnemen.
Einde van de spaarloon- en levensloop-regeling
Werknemers kunnen vanaf 1 januari 2012 niet meer inleggen in de spaarloonregeling. Het opgebouwde vermogen kunnen werknemers in 2013 belastingvrij opnemen. Als ze het tegoed laten staan en zich houden aan de voorwaarden van de spaarloonregeling, blijft de vrijstelling voor spaarloon in box 3 gelden. In dat geval valt het tegoed jaarlijks vrij. Ook de levensloopregeling wordt in 2012 afgeschaft. Er komt wel een overgangsregeling. De levensloopregeling wordt vanaf 2012 nog opengehouden voor deelnemers die op 31 december 2011 een positief saldo op hun levensloopregeling hebben staan. Vanaf 2013 blijft de levensloopregeling alleen gelden voor deelnemers die voor 1 januari 2013 58 jaar zijn.
Let op!
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 14 september jl. in een brief aan de Tweede Kamer over het pensioenakkoord toegezegd dat de levensloopregeling blijft openstaan voor werknemers die op 31 december 2012 minstens € 3000 op hun levenslooprekening hebben staan. Vanaf 2012 kunnen zij echter geen levensloopverlofkorting meer opbouwen.
Afdrachtvermindering onderwijs ook voor buitenlandse studenten
De werkgever kan bepaalde varianten van de afdrachtvermindering onderwijs ook toepassen voor werknemers die elders in de EU of in de EER een opleiding volgen. Deze opleiding moet vergelijkbaar zijn met de Nederlandse opleiding die kwalificeert voor de afdrachtvermindering onderwijs. Het gaat om de beroepsbegeleidende leerweg, beroepsopleidende leerweg en werkend-leren op hbo-niveau.
Let op!
De werkgever moet beschikken over een verklaring van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) dat de buitenlandse opleiding qua niveau en kwaliteit vergelijkbaar is met de Nederlandse opleiding.
S&O-afdrachtkorting omlaag
Vanwege budgetoverschrijding in 2011 worden de percentages van de S&O-afdrachtvermindering in 2012 naar beneden bijgesteld in vergelijking met het voorstel uit het vorige Belastingplan (BP). In de tabel ziet u de bedragen en percentages zoals die gelden in 2011, zoals ze waren voorgesteld en zoals ze nu zijn bijgesteld voor 2012.
|
S&O-afdrachtvermindering 2011-2012 |
|||
|
Jaar |
2011 |
2012 BP2011 |
2012 BP2012 |
|
Loongrens (€) |
220.000 |
150.000 |
110.000 |
|
Plafond (€) |
14 mln |
8,5 mln |
14 mln |
|
1e schijf |
50% |
45% |
42% |
|
1e schijf starter |
64% |
60% |
60% |
|
2e schijf |
18% |
14% |
14% |
Werkbonus vervangt arbeidskorting ouderen en doorwerkbonus
Vanaf 1 januari 2013 introduceert het kabinet een werkbonus om oudere werknemers te stimuleren langer door te werken. Werknemers hebben vanaf 62 jaar recht op de bonus. Deze bedraagt maximaal € 3000 per jaar. Mensen die doorwerken tot hun 65e, ontvangen in totaal maximaal drie keer dit bedrag. De werkbonus is dezelfde vormgegeven als de arbeidskorting. De arbeidskorting voor ouderen vervalt in 2012, de doorwerkbonus wordt volgend jaar lager en verdwijnt in 2013.
Let op!
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 14 september jl. in een brief aan de Tweede Kamer over het pensioenakkoord toegezegd dat werknemers al vanaf 61 jaar recht hebben op de werkbonus.
Drempel voor scholingsuitgaven verlaagd
Het kabinet wil scholing van werknemers stimuleren door voor hen in de inkomstenbelasting de huidige drempel voor de fiscale aftrek van scholingsuitgaven (€ 500) te verlagen naar € 250.
MAATREGELEN VOOR DE DGA
Geen afrekening bij einde terbeschikkingstelling door scheiding
Sinds 1 januari 2011 geldt een nieuwe regeling voor vermogensbestanddelen die ter beschikking worden gesteld aan de bv van de dga, als deze vermogensbestanddelen behoren tot een huwelijksgemeenschap. In dat geval wordt zo’n vermogensbestanddeel voor de helft aan iedere echtgenoot toegerekend. Worden bij een echtscheiding de aandelen in de bv en het vermogensbestanddeel toegerekend aan de ene gewezen echtgenoot? Dan zou de andere gewezen echtgenoot moeten afrekenen met de fiscus wegens het beëindigen van de terbeschikkingstelling. Om dit te voorkomen wordt een nieuwe doorschuifregeling in het leven geroepen. Bij echtscheiding kan de terbeschikkingstelling dan worden voortgezet zonder tussentijdse afrekening. De voortzettende ex-echtgenoot moet in dat geval de fiscale boekwaarde van de andere ex-echtgenoot overnemen. Ook de fiscale reserves en voorzieningen mogen zonder afrekening worden doorgeschoven. Wel is er een antimisbruikbepaling opgenomen voor ter beschikking gestelde schuldvorderingen die zijn afgewaardeerd door de niet-voortzettende gewezen echtgenoot.
Tip!
Beide ex-echtgenoten kunnen er ook voor kiezen om wel tussentijds af te rekenen. Zij moeten dan een gezamenlijk schriftelijk verzoek indienen bij de inspecteur.
Buitenlands aanmerkelijk belang alleen belast bij misbruik
Een buitenlands lichaam met een aanmerkelijk belang in een Nederlandse vennootschap, moet vennootschapsbelasting betalen over de daaruit behaalde voordelen. Dit geldt alleen als het aanmerkelijk belang niet behoort tot het ondernemingsvermogen. Deze regeling heeft als doel het tegengaan van kunstmatige constructies om inkomsten- of dividendbelasting te ontgaan. Dit doel wordt nu duidelijker in de wet omschreven. De regeling is straks alleen nog maar van toepassing bij dergelijke ontgaansconstructies. Met deze gerichte antimisbruikbepaling voldoet Nederland ook aan de Europese eisen. De nieuwe regeling is voor het eerst van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2012.
Coöperaties gaan soms dividendbelasting betalen
Coöperaties moeten voortaan ook dividendbelasting inhouden op hun uitkeringen. Dit is het geval als zij direct of indirect aandelen houden met als doel de heffing van Nederlandse dividendbelasting of buitenlandse belasting bij een ander te ontgaan. De belastingplicht geldt dus alleen als om fiscale redenen coöperaties zonder reële betekenis worden tussengeschoven om belasting te ontgaan. De nieuwe regeling is voor het eerst van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2012.
Alleen beperking renteaftrek overnameholdings boven € 1 miljoen
Het kabinet gaat de renteaftrek beperken voor overnameholdings die met groeps- of bank-leningen een onderneming overnemen en vervolgens een fiscale eenheid vormen met deze onderneming. Terwijl de renteaftrek in Nederland wordt gerealiseerd, vindt belastingheffing over de renteopbrengst vaak plaats in een land met een laag belastingtarief. Het kabinet wil hier een einde aan maken door renteaftrek alleen toe te staan voor zover de overnameholding eigen winst heeft. De aftrekbeperking vindt geen toepassing tot een bedrag van € 1 miljoen aan rente. Door deze drempel (‘franchise’) blijven mkb-ondernemingen zo veel mogelijk buiten schot. Er is nog een andere ontsnappingsroute: de ‘thincap-escape’. De aftrek blijft namelijk ook in stand voor zover de fiscale eenheid na de overname niet bovenmatig met vreemd vermogen is gefinancierd. Bovenmatig betekent in dit geval dat de schulden gemiddeld meer bedragen dan tweemaal het eigen vermogen.
Let op!
De nieuwe regeling is voor het eerst van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2012. Maar de regeling geldt niet voor overnameholdings die voor 1 januari 2012 deel gaan uitmaken van een fiscale eenheid met de overgenomen vennootschap.
Copyright: Licent 2011








